Ad van de Lisdonk

Thrillerauteur

Darling (op de crimescene)

_GrafittiKill Your darlings is het advies aan elke schrijver. En terecht! Vandaag een leuke omdat u nu al op de voorpublicatie kunt lezen hoe het uiteindelijk is geworden.

Dit stukje komt uit het gesprek tussen John en de uitvoerder. Het is verwijderd omdat het de vaart uit het verhaal haalt. Als kritiek van de proeflezers kreeg ik namelijk terug dat het begin “sneller” moest worden. Weg dus met de grafitti en de stelende Oost-Europeanen…

Het ligt gewoon aan die rottige Oost-Europeanen. Die knippen steeds de kettingen bij de poorten door. Daar valt niet tegen te beveiligen. Als jullie die nou eens zouden pakken…’
‘Welke Oost-Europeanen bedoelt u?’ John moest inwendig glimlachen om het stopwoordje van de uitvoerder. Hij negeerde de intimiderende houding en de bijna standaard kritiek op de keuzes die de politie maakt bij het aanpakken van misdaad volledig. Hij had er zich al lang geleden bij neergelegd dat het grote publiek maar niet wilde begrijpen dat die keuzes niet door de politie maar door de politiek werden gemaakt. In de jaren die achter hem lagen had hij zo ongeveer elke vorm van fysieke en verbale intimidatie wel meegemaakt. De samenleving veroorloofde zich een steeds vrijpostiger gedrag tegen de politie. Het gezag dat de functie vroeger uitstraalde leek soms volledig te zijn verdwenen. Hij was echter trots op wat hij deed en de waarden waar hij voor stond, en hij deinsde dan ook niet terug toen Bart te dichtbij kwam. Dit soort intimiderend gedrag was een kunstje dat hij waarschijnlijk op de bouw veel gebruikte om rauwdouwers als betonvlechters en grondwerkers in het gareel te houden. John kon zich voorstellen dat dit met de fysiek van Bart en zijn zware, lage stem goed zou werken. Ongetwijfeld een perfecte uitvoerder. Maar hem deed het niets.
‘Die jongens die de bouw hier elke week leegroven natuurlijk!’ antwoordde hij.
‘Zo vaak? Dan neem ik aan dat u hier beveiliging hebt rondlopen?’
Blijkbaar kreeg Bart door dat zijn intimiderend gedrag niet erg werkte want hij nam weer wat afstand en hief zijn handen ter onderstreping van zijn onmacht ten hemel.
‘Oh, dat hebben we zeker. Niet dat het helpt hoor. Die gasten hebben allemaal mannetjes op de uitkijk en ze waarschuwen elkaar met hun GSM. Klaar. Zelfs bewaking met honden ontlopen ze en ik mag van die halfzachte regering van ons weer geen bijtertjes los laten lopen op de bouw. Als zo’n rotzak wordt gegrepen door een paar Bouviers, verdwijnen zij niet in de cel maar ik wel. En dat weten ze. Klaar. Op de beelden van onze beveiligingscamera zijn ze soms gewoon te zien. Alsof het ze niets interesseert. Altijd met die capuchons zo ver over hun hoofd getrokken dat ze onherkenbaar zijn natuurlijk. Die gasten durven gewoon steeds meer en ze zijn vlug als water. Die pak je echt niet zonder de politie. Maar ja, jullie hebben het blijkbaar te druk met parkeerboetes uitdelen en je quotum halen…’
Bart wees naar het dak van het voormalige muziekcentrum. Daar was een compleet rood geschilderde kubus te zien die ooit waarschijnlijk gebruikt werd voor de toneelrekwisieten of de airconditioning van het muziekcentrum dat er onder lag. Door de bouwers was daarop in grote witte letters aangegeven naar welk adres het muziekcentrum tijdens de verbouwing was verplaatst en op welke website er meer informatie over het bouwproject kon worden gevonden. De website www.cu2030.nl was nog net te lezen maar de rest van de boodschappen was nagenoeg onleesbaar geworden door enorme graffiti. John meende de woorden ‘Mank!’ en ‘Itrick!’ te herkennen. De letters waren echter zo woest dat hij niet helemaal zeker was wat er stond. Het nut ontging hem ten enenmale maar hij moest toegeven dat deze muurkladderaars wel durfden. Half Utrecht zou ze toch moeten hebben kunnen zien terwijl ze op het dak met hun spuitbussen in de weer waren. Het politiebureau was om de hoek, het was bepaald niet een makkelijk te bereiken en te ontvluchten locatie en het lag in het midden van een bewaakt bouwterrein. Als ook maar iemand de politie een tip gaf zouden ze nooit op tijd weg kunnen komen. Ofschoon het bekliederen van het dak wel illustreerde dat er in de nachtelijke uren durfals op de bouw kwamen, kon John zich niet voorstellen dat hier Oost-Europese criminelen uiting aan hun expressieve gevoelens hadden gegeven. Naast de Oost-Europese criminelen van Bart waren er blijkbaar wel meer groepen personen die niet al te sterk onder de indruk waren van de beveiliging.
‘Maar u hebt dus camerabewaking hier?’
‘Niet dit gedeelte. Alleen bij de bouwketen en de containers met apparatuur.’
‘Waarom niet op het hele bouwterrein?’
‘Omdat ze die camera’s ook meejatten natuurlijk.’
John grinnikte.