Ad van de Lisdonk

Thrillerauteur

Darling (en nog een hete ook)

_WaitressKill Your darlings is het advies aan elke schrijver. En terecht! Vandaag een leuke omdat u nu al op de voorpublicatie kunt lezen hoe het uiteindelijk is geworden.

Dit stukje komt helemaal uit het begin van Het Amazoneverbond. Het zat er nog in toen de eerste pagina’s werden geplaatst op TenPages. Echt slecht kan het stuk dus niet zijn, want de aandelen waren binnen 3 weken verkocht. Toch is het verwijderd omdat het de vaart uit het verhaal haalt en een beetje te veel herhaalt dat het heet is (ja, dat weten we nou wel). Als kritiek van de proeflezers kreeg ik terug dat het begin “sneller” moest worden. Weg dus met de warme, gezellige terrasjes en de korte jurkjes 🙂 Jammer, maar het is niet anders…

Hij verbaasde zich erover dat het zo vroeg in de morgen al zo warm kon zijn. Het was een plakkerige, broeierige week geweest na de langste winter sinds jaren. De winter had tot ver in de lente geregeerd, maar nu leek het of het voorjaar helemaal werd overgeslagen en de winter naadloos was overgegaan in hoogzomer. Nederland was zo ontzettend toe geweest aan een beetje zon dat de collectieve ontspanning voelbaar was op straat. Het zomerweer was fantastisch, dat vond iedereen, maar Nederland zou Nederland niet zijn als er niet werd geklaagd:
‘Het is hier ook altijd hollen of stilstaan met dat weer!’
‘Kan het hier nou nooit eens gewoon 22 graden zijn?’
‘Die luchtvochtigheid hier is niet om door te komen.’
Maar als ze eerlijk waren, konden zelfs de hardnekkigste mopperaars hun eigen volksaard nauwelijks serieus nemen na zo’n lange periode waarin de zon zich vrijwel niet had laten zien. De terrassen in de binnenstad van Utrecht zaten dagelijks tot diep in de nacht vol. De restaurantjes aan de grachten en werven draaiden overuren en ijs- en frisdrankleveranciers beleefden hoogtijdagen. Net als de studenten, die in de bediening op de terrassen een zakcentje bijverdienden. Ze moesten het nog ruim een maand volhouden voordat hun studiejaar erop zat en ze weer naar huis konden. Voor studeren was het echter veel te warm op hun kamers, en veel te gezellig in de stad. Het zweet droop van hun gezichten. De zwarte overhemden met restaurantlogo, die sinds een paar jaar wel een verplicht uniform leken voor iedereen die in de horeca werkt, maakten hun werk een zo mogelijk nog wat plakkeriger bezigheid. Als enige hadden zij wellicht gegronde reden om te klagen als ze alweer een zwaar dienblad vol verkoelende drankjes uitserveerden, maar de gulle tips van het goedgeluimde publiek maakten ook voor hen de warmte meer dan dragelijk. Ze werkten stug door en dachten aan het moment waarop hun dienst erop zat en ze hun fooien zelf konden uitgeven op een terras. En hoe dat eerste koude biertje zou smaken. Er ging toch werkelijk niets boven het studentenleven. De toekomst was van hen. De zon scheen. Het leven was goed.
Zoals elk jaar sinds zijn pubertijd verbaasde het John welk effect de zomerzon had op de vrouwen in de stad. Zonlicht deed iets met hun humeur. …en hun kledingkeuze. Zowel mannen als vrouwen waren met deze hitte – op een enkeling na wiens geloof of beroep dat niet toestond – natuurlijk luchtig gekleed. Maar de niemendalletjes die sommige vrouwen uit de kast trokken, konden volgens hem soms moeilijk anders worden geïnterpreteerd dan een zwoele uitnodiging tot contact. Niet dat hij zichzelf als expert zag op het gebied van de signalen die vrouwen afgeven. In tegendeel.
Voor zijn huwelijk met Iris had hij al geregeld moeten constateren dat hij blijkbaar de plank volledig missloeg op dat gebied. En bij haar vertrek had Iris hem nog even fijntjes uitgelegd dat hij ook tijdens zijn huwelijk weinig had begrepen van wat ze voelde en bedoelde. Dat had hem pijn gedaan, maar hij was nog altijd niet boos op haar. Hij was meer boos op zichzelf, omdat hij met al zijn analytische gaven en scherp oog voor detail het blijkbaar toch zo ver had kunnen laten komen dat ze was gegaan, en in de tweede plaats nu eigenlijk nog altijd niet begreep waarom ze was gegaan. Sindsdien twijfelde hij meer dan goed voor hem was over zijn vermogen om situaties te interpreteren. Maar hij zag wat hij zag, en hij voelde wat hij voelde. Wat hij op dit moment voelde was – behalve zijn knallende hoofdpijn – dat de loomheid die een temperatuur als deze met zich meebracht, niet meer was dan een draagvlak voor een koortsige spanning en een onverholen op elkaar letten en elkaar keuren. Het viel niet te ontkennen: In deze studentenstad met zijn tientallen terrassen en uitgaansgelegenheden was het jachtseizoen geopend. ‘Technisch weer’ heet dat in de buitendienst. Het moment waarop er buiten ineens van alles ‘gecontroleerd’ en gerepareerd moet worden. En iedereen vrijwilliger is voor die klus. Het leven was goed. Het leven was mooi.
‘Life sucks,’ mompelde John in zichzelf.